Tuindorp Wandeling
[7-19] C.T. Storkplein
<< ga terug of naar volgende locatie >>
Hotel ’t Lansink
Van koffiehuis tot sterrenrestaurant
Wat is een dorp zonder een plek waar de bewoners rustig een krantje kunnen lezen, iets kunnen drinken of een biljartje kunnen leggen? Aanvankelijk schrikt Tuindorpgrondlegger Coen Stork terug voor een horecazaak in de nieuwe wijk. Hij is bang dat de bewoners, grotendeels werknemers van zijn fabriek, aan de drank raken. Toch weet architect Karel Muller hem te overtuigen en komt er in 1916 een hotel-café-restaurant.
Muller wil de horecazaak ‘De Nachtegaal’ noemen, naar de gelijknamige uitspanning op ’t Onland die voor het Tuindorp moest wijken. De nieuwe voorziening gaat echter naar de wens van Stork ‘ ’t Lansink’ heten, naar de boerderij erachter.
Wel komt op het uithangbord als ondertitel ‘In de Nachtegaal’ te staan. De opening is tevens de afsluiting van de eerste bouwfase van het Tuindorp. Hotel-café-restaurant ’t Lansink wordt vooral een ontmoetingsplek voor ‘eersterangs publiek’ en niet voor de werklieden uit de fabriek.

Als vijf jaar na de opening blijkt dat acht hotelkamers te weinig zijn, laat uitbater Jan Dirk Jens er een verdieping bij opzetten. Het hotel loopt goed. Maar dat geldt niet voor het café-koffiehuis, er komen namelijk nauwelijks Tuindorpbewoners.
Voor Jens is dat de reden zijn heil elders te zoeken en de zaak te verkopen aan Herman Weijschede. Deze gaat zich steeds meer richten op de zakenrelaties van de Hengelose fabrieken en zorgt daarbij dat het restaurant meer allure krijgt. Hoge gasten komen er graag. Zo schuiven in de jaren twintig prins Hendrik, een hoge Egyptische delegatie en een aantal Indische prinsen aan in het restaurant van het hotel.
In 1962 neemt neef Anton het stokje van Herman over. Het hotel beleeft gouden jaren met lunches en diners voor de beter betaalde werknemers van de Hengelose bedrijven en hun gasten. De kamers worden gemoderniseerd en het aantal wordt uitgebreid. Maar vanaf de jaren zeventig krijgen de Hengelose fabrieken last van economische tegenwind. Zij moeten bezuinigen, wat meteen te merken is aan de klandizie van het hotel-restaurant.
Zoon Carel Weijschede neemt de zaak in 1985 over van zijn vader. Hij investeert in grotere en luxere hotelkamers en stelt een nieuwe chef-kok aan: Ton Kouwenberg. Het restaurant krijgt de naam Rossignol (Frans voor ‘nachtegaal’) en verwerft zich een plek in de culinaire top van Nederland.
In 2004 richt Carel Weijschede zich op Buitenplaats De Houtmaat en verkoopt het hotel aan de gemeente. Na een grote restauratie wordt Kouwenberg de nieuwe exploitant. Het restaurant behoudt zijn goede naam, zeker als de jonge kok Lars van Galen vanaf 2012 de keukenbrigade gaat leiden. Hij slaagt er zelfs in een Michelinster te bemachtigen en sinds 2016 mag hotel ’t Lansink zich ‘hofleverancier’ noemen.
Looproute
(We gaan naar het hofje aan de Lansinkweg ):
Steek nu het plein over en ga verder in noordelijke richting de Lansinkweg en stop bij het hofje aan de rechterkant. (witte huisjes met rood-witte luiken en oranje pannetjes op het dak)

